Benchmark grondbedrijfs taken

Start van nieuwe benchmarkronde
Begin 2013 wordt de vierde ronde van de Benchmark Grondbedrijfstaken gehouden. Deze nieuwe benchmarkronde start begin 2013 en zal het boekjaar 2012 onder de loep nemen. Een interessant jaar om te onderzoeken, omdat de gevolgen van de economische crisis daarin ten volle zichtbaar worden. Hoe beperk je de plankosten, hoe kun je nog productie realiseren? Een goed moment ook om deel te nemen aan een benchmark, waarin het doel is om van elkaar te leren en “best practices” direct toe te passen in de eigen praktijk.

Denk op 28 november 2012 mee over de opzet van de benchmark
Ter voorbereiding van de nieuwe benchmarkronde wordt op 28 november 2012, van 14.00 tot 16.00 uur in Amersfoort, een bijeenkomst voor geïnteresseerde gemeenten gehouden. Daar kunt u meedenken over de opzet van de benchmark. Zoals gezegd zal, meer dan bij de vorige ronde, aandacht worden besteed aan de huidige crisis. Gemeenten kunnen zich aanmelden voor deze bijeenkomst door een email te sturen aan wimvos@bmc.nl.

Benchmarken en benchlearnen
De Benchmark Grondbedrijfstaken wordt om het jaar georganiseerd en stelt zich tot doel de prestaties van grondbedrijven onderling te meten, te discussiëren over actuele thema’s, maar vooral ook te leren van elkaars ervaringen. Met name dit laatste aspect wordt door de deelnemers zeer gewaardeerd en is daarom een steeds belangrijker onderdeel van het proces geworden. Er wordt zelfs al gesproken van “benchlearning”.
De combinatie van benchmarken en benchlearnen geeft unieke mogelijkheden om de eigen situatie af te zetten tegen vergelijkbare situaties bij andere gemeenten. Daarbij gaat het niet om goed of fout, maar veel meer om het herkennen van elkaars situatie en het leren van “best practices”. Het eindrapport geeft daarom de nodige aanknopingspunten en een managementsamenvatting om in de eigen organisatie mee aan de slag te gaan.

Resultaten vorige benchmarkronde
Eind 2011 is de derde benchmarkronde succesvol afgerond. De 17 deelnemende gemeenten hebben de eindrapportage positief ontvangen en kijken zonder uitzondering terug op een geslaagd en inspirerend proces om tot dit eindproduct te komen.
Hoewel het aantal deelnemers wat achterbleef bij voorgaande rondes van de benchmark, kan met de resultaten van deze benchmark een goed beeld worden gevormd van de landelijke trend. Door de spreiding in inwoneraantal en geografische ligging van de deelnemende gemeenten, konden drie evenwichtige groepen worden samengesteld, die samen een goede afspiegeling vormen van het landelijk geheel. Uit de Benchmark Grondbedrijfstaken kan dan ook een aantal interessante conclusies getrokken worden. We beperken ons in dit tot de meest opvallende.

In de benchmark, die met name de gegevens over het boekjaar 2010 beziet, worden de gevolgen van de recessie langzaam zichtbaar. Wanneer de beschikbare weerstandscapaciteit (vrije financiële reserves) wordt afgezet tegen de hoogte van het risicoprofiel, blijkt dat veel grondbedrijven minder middelen in kas hebben dan nodig is voor het opvangen van tegenvallers in projecten. Gemeenten die wel voldoende reserves hebben om de risico’s op te vangen, hebben vaak precies genoeg in kas om de gecalculeerde risico’s af te dekken. Dit wijkt behoorlijk af van de vorige rondes van de benchmark, waarin gemeenten vaak beschikten over een weerstandscapaciteit van twee tot drie maal de gekwantificeerde risico’s. Opvallend is overigens wel, dat voor dat kwantificeren van risico’s veel meer aandacht is gekomen.

In het prestatieveld beleid is onderzocht in welke mate het grondbeleid heeft bijgedragen aan het realiseren van de ruimtelijke doelstellingen. Daarbij wordt geconstateerd dat van het geplande programma circa 57% is gerealiseerd. De verschillen per gemeenten zijn echter zeer divers. Algemeen wordt zichtbaar dat met name voor bedrijventerreinen een terugloop ontstaat in het realiseren van de geplande aantallen. Bij woningen is dit (nog) niet of nauwelijks zichtbaar. Opvallend is dat het halen van de geplande aantallen niet wordt bevorderd door het voeren van een actieve grondpolitiek. Ook blijkt dat uitbreidingslocaties in dit opzicht geen voordeel opleveren ten opzichte van inbreidingslocaties.

In het prestatieveld financieel is onderzocht wat het verwachte financiële resultaat is van de gehele projectenportefeuille van het grondbedrijf ten opzichte van het geïnvesteerd vermogen. Veel gemeenten scoren op dit onderdeel negatief. Wanneer wel sprake is van een positieve score dan ligt het rendement op het geïnvesteerde vermogen tussen de 0 en 20%. Ook hier is, ten opzichte van de vorige rondes van de benchmark, een duidelijke trend zichtbaar, namelijk dat de rendementen fors lager worden. Scoorde in de vorige benchmark nog 13% van de deelnemers negatief, in 2011 is dat maar liefst 41%.
Grondbedrijven proberen zich te wapenen tegen de economische crisis. De meest voorkomende maatregelen onder de deelnemende gemeenten zijn het uitfaseren van lopende projecten en het bijstellen van de parameters. Hierdoor is er sprake van een voorzichtiger inschatting van het exploitatieresultaat. Drastischer maatregelen waren in het onderzochte boekjaar (nog) niet aan de orde.

Ten slotte blijkt uit de benchmark dat door de 17 deelnemende gemeenten sinds 1 juli 2008 maar liefst 376 planologische besluiten zijn genomen die aan de definitie van de Wro voldoen, waarbij in slechts 219 gevallen (58%) door de raad een expliciet besluit is genomen over het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan. Daarmee worden de gestelde eisen vanuit artikel 6.12 Wro niet bij alle gemeenten consequent toegepast.
In de periode van de benchmark is op de totaal 376 planologische besluiten slechts in 6 gevallen een exploitatieplan vastgesteld. Gemeenten blijken dit instrumentarium met name te gebruiken om de onderhandelingsruimte in het traject voorafgaand aan het nemen van het planologisch besluit te bepalen.
 

Hoe verder?
Mocht uw interesse zijn gewekt, dan kunt u meer informatie krijgen via Theo Ram van Royal HaskoningDHV (06 – 50 213 463, theo.ram@rhdhv.com) of Wim Vos van BMC (06 – 20351356, wimvos@bmc.nl).

De benchmark grondbedrijven wordt uitgevoerd door Royal HaskoningDHV (www.rhdhv.nl) en BMC (www.bmc.nl).