Benchmark grondbedrijfs taken

23 september 2010 Netwerkmiddag Benchmark Grondbedrijfstaken 2011

Op 23 september 2010 wordt door DHV en BMC in Amersfoort een netwerkmiddag georganiseerd ter voorbereiding op de Benchmark Grondbedrijfstaken 2011, deze wordt ondersteunt door de VvG. Het primaire doel van deze benchmark is het vergelijken van prestaties van deelnemende grondbedrijven en het leren van elkaars ervaringen. Daarbij zal met name aandacht worden besteed aan actuele thema’s binnen grondbedrijven, zoals risicomanagement en weerstandsvermogen. Het centrale thema voor de benchmark van 2011 is de grondexploitatiewet.

Ter voorbereiding op deze benchmark, maar ook om kennis te maken en ervaringen te delen met collega-gemeenten die reeds eerder hebben deelgenomen aan de benchmark of overwegen dat in 2011 te gaan doen, nodigen wij u uit voor een netwerkmiddag op 23 september 2010. Deze bijeenkomst zal rond 12:00 starten met een lunch en duurt tot ongeveer 17.00 uur.
Tijdens de netwerkmiddag wordt een korte toelichting gegeven op de invulling van de benchmark die in februari 2011 van start zal gaan. Daarna is er volop ruimte voor actualiteiten met betrekking tot de grondexploitatiewet. De bedoeling is een discussie op te zetten die vooral praktisch van aard is, met ondermeer het delen van ervaringen en praktische oplossingen. De resultaten hiervan zullen door ons gebruikt worden bij de uitwerking van de komende benchmark. Een toonaangevend spreker, hoogleraar aan de TU Delft, prof. dr. W.K. (Willem) Korthals Altes zal hierover een inleiding verzorgen, waarna in een tweetal workshopronden vier actuele onderwerpen nader worden uitgediept. Tijdens deze workshops is er veel aandacht voor het uitwisselen van evaringen en het leren van elkaars “best practices”.In de uitgave van het vakblad Grondzaken in de praktijk van juni 2010 zult u het uitgebreide programma kunnen lezen. Een middag om nu alvast te reserveren in uw agenda.

De benchmark 2011 richt zich op dezelfde prestatievelden als de twee voorgaande benchmarks, te weten: beleid, organisatie, financieel, risicomanagement, transparantie en organisatie. De invoering van afdeling 6.4 van de Wro (de Grondexploitatiewet) heeft grote invloed op deze prestatievelden. Een aantal elementen hieruit, zoals het kostenverhaal, de inbrengwaarden en het overgangsrecht, willen wij in de workshops met u verkennen, waarbij wij uw ervaringen willen delen.

Workshop “Overgangsrecht” – Ton Steenweg / mr. Ronald van der Steen (BMC)
Hoofdstuk 9 van de invoeringswet Wro regelt het overgangsrecht na inwerkingtreding van de Wro. De hoofdregel van het overgangsrecht is dat voor besluiten, aangevraagd vóór 1 juli 2008, de oude WRO blijft gelden. Een andere hoofdregel is dat besluiten die zijn genomen onder de oude WRO worden gelijkgesteld met hun equivalent uit de nieuwe Wro. Vrijstellingsbesluiten (artikel 19) vormen daarop een uitzondering, aangezien de Wro hiervoor geen equivalent kent. Invoering van de WABO en de Crisis- en Herstelwet brengen ook de nodige overgangsperikelen met zich mee.
Voor het grondbedrijf is het overgangsrecht van belang bij de beoordeling welke instrumenten van toepassing zijn. Welke besluiten vragen daarbij de aandacht en welke alternatieven zijn voorhanden. Aan de hand van een concrete casus willen we een aantal overgangsperikelen met u bespreken. Doelstelling van de workshop is van elkaar leren en vaststellen of elementen hieruit in de benchmark meegenomen moeten worden.

Workshop “Inbrengwaarde” – mr. Els LeLarge / Mike Rutgers MscRE (DHV)
Over het onderwerp inbrengwaarde is al veel gepubliceerd en gediscussieerd, maar tot op heden zijn hieromtrent nog geen eenduidige uitgangspunten geformuleerd. In deze workshop zal heel concreet worden ingegaan op ervaringen en praktijksituaties van de deelnemers met betrekking tot het bepalen van inbrengwaarden, het verankeren van waarderingsgrondslagen en het gebruik van inbrengwaarden in het anterieure spoor. Daarnaast zal, aan de hand van een casus, worden bezien welke ruimte er al dan niet bestaat bij het bepalen van inbrengwaarden en hoe deze strategisch kan worden benut. Daarbij zal ook worden ingegaan op het bepalen van het eigen exploitatieresultaat op basis van inbrengwaarden ten opzichte van boekwaarden en de zogenaamde “corrigerende werking” van inbrengwaarden bij te duur verworven gronden.
Kortom, geen workshop waarin uitgebreide theoretische verhandelingen over de inbrengwaarde worden gepresenteerd, maar een praktische workshop over de concrete toepassing van de inbrengwaarde in en vooruitlopend op het exploitatieplan.


Workshop “Kostenverhaal” – ir. Theo Ram (DHV)
Overheden kunnen op basis van vrijwilligheid met exploitanten overeenkomsten sluiten over de financiële aspecten van grondexploitaties, waaronder het verhalen van kosten en het afspreken van financiële bijdragen voor ruimtelijke ontwikkelingen. Als geen overeenkomst tot stand komt, heeft de overheid de mogelijkheid kostenverhaal af te dwingen op basis van een exploitatieplan.
De overheid is verplicht de kosten die zij maakt te verhalen. Maar welke kosten kunnen en moeten nu precies worden verhaald als het gaat om voorzieningen die buiten het plangebied zijn gelegen en/of tot een breder nut worden gerealiseerd? Wat zijn de verschillen tussen buitenplanse voorzieningen en bovenwijkse voorzieningen, bovenplanse vereveningen en ruimtelijke ontwikkelingen? Welke strategische keuzemogelijkheden zijn er te onderscheiden bij de toepassing van de wettelijke criteria van profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit? Hoe bepaal je het beleid inzake kostenverhaal en hoe kan dat het best worden verankerd? In deze workshop zullen dit soort praktische vragen worden beantwoord aan de hand van een casus en naar aanleiding van concrete inbreng van de deelnemers.

Workshop “Risicobeheersing” – ir. Gerrit Verweij (BMC)
In de financiële positie van de grondbedrijven heeft de afgelopen twee jaar een drastische ommekeer plaatsgevonden. Waren tot 2008 de inkomsten uit de verkoop van gronden aan corporaties en ontwikkelaars een van de belangrijkste inkomstenbronnen, nu is het een van de grootste financiële risicoposten. Immers, veel gemeenten zijn met ontwikkelingen gestart en hebben hiervoor kosten gemaakt. Door de stagnatie in de afzet worden echter geen inkomsten gegenereerd.
Deze workshop heeft als vertrekpunt dat de risico’s in de grondexploitatie bekend zijn (wat als X% van woningbouw, Y% van de kantorenmarkt en Z% van de bedrijventerreinen niet kan worden afgezet, cq in de tijd gezien later worden afgezet). Specifiek zal worden ingegaan op welke maatregelen er dan kunnen worden getroffen om het financiële risico zo veel mogelijk te beperken. Een en ander zal worden behandeld aan de hand van een aantal (geanonimiseerde) praktijkcases. Maar ook vooraf door de deelnemers van de workshop ingebrachte voorbeelden kunnen worden behandeld.

Datum en Locatie
De netwerkmiddag vindt plaats op donderdag 23 september 2010 te Amersfoort. Voor de locatie is gekozen voor BMC aan het Smallepad 34 te Amersfoort. Gezien de directe ligging bij het Centraal Station Amersfoort, raden wij u aan met het OV te reizen. Mocht u met de auto willen komen dan kunt u parkeren in de parkeergarage Stadhuis of in de Agis parkeergarage. Een routebeschrijving en plattegrond kunt u vinden de website www.bmc.nl.

Inschrijving
Indien u de netwerkmiddag wenst bij te wonen, wordt u verzocht vóór 10 september a.s. u aan te melden. U kunt u aanmelden door een mail te sturen naar GenG@dhv.com onder vermelding “netwerkmiddag benchmark”.

Er zijn geen kosten verbonden aan inschrijving voor deze netwerkmiddag.
 

Mocht u vragen hebben over de netwerkmiddag of over de benchmark grondbedrijfstaken 2011 dan kunt u contact opnemen met Marloes Wiefferink via Marloes.Wiefferink@dhv.com of 06-46 37 14 50.